Historie - Behandeling

1800 Moral Treatment
1840-1920 Diagnostiek in de psychiatrie
1900 Behandeling psychiatrie algemeen
1900 Behandeling, afzonderlijke ziektebeelden
1911 Hydrotherapie, Deel 1
1911 Hydrotherapie, Deel 2
1935 De lobotomie
1936 Actieve therapie (arbeid en heropvoeding)
1940 Schizofrenie, Oorzaken, Behandeling
1940 Shocktherapie algemeen, cardiazol, insuline e...
1940-1950 Cardiazolkuur, cardiazol-shocktherapie
1940-1950 Insuline shock therapie, insulinekuur
1940-2000 Elektroshock/ECT, een korte historie
1947 Electriseren
1947 Hydropathische behandelingen
1969 Elektroshock behandeling
1969 Insuline- en koolzuur(sub)coma behandeling
1969 LSD-behandeling of psycholyse
1969 Slaap- en dommelkuur

Historie - Digitale bestanden

1892 Zuster Clara, het boek
1921 Prof. Dr. G. Jelgersma, 50 jaar psychiatrie
1930-1940 De insuline-comakuur
1938 Dr Simon – Actieve therapie op Santpoor...

Historie - Foto's

Dwang en drang
Fotoalbum
Gezicht van de psychiatrie
Your webmaster’s choice

Historie - Grote Namen

0 460-377 (vC) Hyppocrates en zijn eed.
1745-1826 Philippe Pinel
1794-1866 John Conolly
1797-1860 Joseph Guislain
1797-1862 Schroeder van der Kolk
1817-1887 Ramaer, Johannes Nicolaas
1844-1920 Anna Reynvaan
1848-1916 Jacob van Deventer
1856-1926 Emil Kraepelin
1859-1942 Jelgersma, Gerbrandus
1883-1969 Eugen Bleuler
1893-1967 Rümke, Henricus Cornelius

Historie - Medicatie

1871 Medicatie in de psychiatrie
1900 Medicatie in de psychiatrie
1932-1947 Medicatie in de psychiatrie
1950 Largactil, een nieuw begin
1953 Anti-psychotica
1957 Medicamenteuze therapie

Historie - Seksualiteit

1892 Geslachtssfeer, afwijkingen der
1902 Seksuele perversiteiten
1936 Sexueel perverse typen
1942 Homosexualiteit
1942 Sexuele perversiteiten
1947 Perversiteiten
1952 Homoseksualiteit en zielszorg (het geloof)
1979 Seksueel-variant gedrag

Historie - Verpleegkunde

1900 – 1933 Nosokomos
1930 De verpleging van Krankzinnigen
1947 Dwang en drang
1947 Dwang, fysiek ingrijpen
1950 De waakdienst
1980 Hospitalisatie in de psychiatrie
1980 Sociotherapie voor verpleegkundigen
1980 Verpleegplan en Longitudinale rapportage
De historische ontwikkeling van de Nederlandse psy...
Psychiatrische verpleegkunde, Een historisch persp...

Historie - Ziektebeelden

1892 Algehele Paralyse
1892 Catalepsie
1892 Melancholie, verschijnselen, oorzaken en beha...
1902 Hallucinaties, waandenkbeelden, illusies, aff...
1908-2008 100 jaar Schizofrenie
1922 Vecordia
1929 Dementia Praecox
1929 Paranoia of Waanzin
1936 Manie en depressie 1
1936 Manie en depressie 2
1936 Psychopathische afwijkingen
1940 De contactpsychose
1973 De Psychopatische persoonlijkheid
1976 De gespleten persoonlijkheid
1979 Hysterische neurose
1979 Neurosen, inleiding
1980 Schizofrenie, parafrenie en defect-schizofren...

Historie - Diversen

1884 De krankzinnigenwet, gehele tekst
1940 Familie in de Psychiatrie
2007 Geschiedenis Het Oude Gesticht
Gestichtsbibliotheek
Psychiatrie museum venray, heiloo, haarlem, drenth...
Rehabilitatie, beknopte geschiedenis

Heden - Rehabilitatie

Assertive Community Treatment (ACT)
Liberman, De module
Liberman, modules voor een zelfstandig leven
Psychosociale rehabilitatie, Storm
Rehabilitatie, 4 Stromingen
Rehabilitatie, beknopte geschiedenis
Rehabilitatie, wat is dat eigenlijk?

Heden - Verpleegkunde

Maligne neuroleptica-, serotonine-, anticholinergi...
Verpleegkunde, imago, perceptie en profilering
Verpleegkundige beroepscode

Heden - Wet en Recht

1884 De krankzinnigenwet, gehele tekst
BIG – Bekwaamheid
BIG – Casuïstieken / voorbeelden
BIG – Opdracht en verantwoordelijkheid
BIG – Titel en bevoegdheidsregeling cq bev...
BIG – Voorbehouden handelingen
Curatele, bewind en mentorschap
Pandora, Anoiksis, Ypsilon
Patientenrechten, De BOPZ, wet bijzondere opname...
Patientenrechten, de WGBO

Heden - Ziektebeelden

Angst.st: Fobie, enkelvoudig
Angst.st: Obsessieve-compulsieve stoornis (OCS)
Angst.st: Paniekstoornis en agorafobie
Angst.st: PTSS, Post Traumatische Stress Stoornis
Angst.st: Sociale fobie
ClusterA: Paranoide persoonlijkheidsstoornis
ClusterA: Schizoïde persoonlijkheidsstoornis
ClusterA: Schizotypische persoonlijkheidsstoornis
ClusterB: Antisociale persoonlijkheids stoornis, A...
ClusterB: Borderline persoonlijkheidsstoornis
ClusterB: Narcistische persoonlijkheidsstoornis
ClusterB: Theatrale persoonlijkheidsstoornis
ClusterC: Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis
ClusterC: Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis
ClusterC: Ontwijkende of vermijdende persoonlijkhe...
Cogn.st: Delier, delirium, delerium
Cogn.st: Dementie en Alzheimer
Cogn.st: Dementie, Parkinson, Huntington
Cogn.st: Pick, Creutzfeld-Jacob, Levy body, vascul...
Div. Automutilatie
Div. Diabetes
Eet.st: Anorexia Nervosa
Eet.st: Boulimia Nervosa
Psych.st. Psychose, korte beschrijving van de bela...
Psych.st. Schizofrenie, diagnose
Psych.st: Kortdurende psychose
Psych.st: Schizoaffectieve stoornis
Psych.st: Schizofreniforme stoornis
Psych.st: Waanstoornissen
Stem.st. Depressie
Stem.st: Bipolaire stoornis, manisch depressieve s...
Stem.st: Manie – Hypomaan

Heden - Diversen

Bloeddonor worden
Donor registratie en formulier
Psychiatrie museum venray, heiloo, haarlem, drenth...

ClusterC: Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis

De afhankelijke persoonlijkheidsstoornis kenmerkt zich door een patroon van afhankelijk en onderdanig gedrag. Individuen met een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis hebben een onverzadigbare behoefte aan steun en verzorging en willen niets liever dan dat iemand zich volledig over hen ontfermt.
De verantwoordelijkheid voor het nemen van belangrijke gebeurtenissen en beslissingen laten ze het liefst aan anderen over. Vaak geldt dit ook voor alledaagse beslissingen zoals het uitkiezen van kleding. Voor alledaagse besluiten wordt dan ook advies en steun van anderen gevraagd
Ook iets zelfstandig ondernemen roept weerstand op. Men heeft snel het gevoel aan zijn of haar lot te worden overgelaten.

Van bovenstaande kenmerken moeten er minstens 5 in sterke mate aanwezig zijn om van een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis te kunnen spreken.

Afhankelijke mensen zien zichzelf vaak als hulpeloos en minderwaardig. Zij ervaren de steun, bescherming en waardering van meestal één belangrijke ander als de oplossing voor hun probleem. Zij cijferen zichzelf gemakkelijk weg en hebben er alles voor over om deze persoon aan zich te binden. In reactie op stress zoeken zij houvast buiten zichzelf, vermijden competitie en zullen niet snel vijandig op anderen reageren.

Zij schikken zich en worden eerder boos op zichzelf dan op een ander.  Zo lopen zij het risico eerder dan anderen gepest of gebruikt te worden.  Ambitie en succes kunnen een bedreiging voor hen vormen: zo kunnen zij hun steun verliezen. Hun denken wordt gekenmerkt door naïviteit en een weinig kritische kijk op zichzelf en hun omgeving. Spanningen en (dreigende) conflicten zien zij het liefst over het hoofd. Zij identificeren zich vaak met anderen die in hun ogen beter zijn opgewassen tegen het leven. De negatieve inschatting van hun eigen mogelijkheden – en niet zozeer een gebrek aan motivatie – leidt tot functioneren onder hun kunnen.

Het gedrag van afhankelijke personen wordt grotendeels bepaald door een gebrek aan zelfvertrouwen en de irrationele vrees dat zij niet voor zichzelf kunnen zorgen. Het idee om door een partner of een ander belangrijk persoon in de steek gelaten te worden vormt voor hen een waar schrikbeeld. Zonder anderen voelt men zich ongemakkelijk en hulpeloos. Er is een groot gebrek aan zelfvertrouwen. Na een verbroken relatie wordt er direct gezocht naar een nieuwe steun en toeverlaat.
Om te voorkomen dat dit schrikbeeld werkelijkheid word, kunnen zij overdreven aanklampend, opofferend en onderdanig gedrag vertonen. Zo bieden ze dikwijls aan om allerlei karweitjes (ook onplezierige) voor anderen op te knappen. Een ander tegenspreken, ook wanneer hij of zij het oneens is, wordt zorgvuldig vermeden.

Diagnostische criteria voor de afhankelijke persoonlijkheidsstoornis (DSM-IV)

Een diepgaand en buitensporige behoefte verzorgd te worden, hetgeen leidt tot onderworpen en vastklampend gedrag en de angst in de steek gelaten te worden, beginnend in vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende: 

  • Kan moeilijk alledaagse beslissingen nemen zonder overdreven veel advies en geruststelling door anderen
  • Heeft anderen nodig die de verantwoordelijkheid overnemen voor de meeste belangrijke gebieden van zijn of haar leven
  • Vindt het moeilijk een verschil van mening tegen anderen te uiten uit vrees steun en of goedkeuring te verliezen. N.B.: Reken hier niet de realistische vrees voor straf toe 
  • Heeft moeilijkheden ergens alleen aan te beginnen of dingen alleen te doen (eerder als gevolg van een gebrek aan zelfvertrouwen in eigen oordeel of mogelijkheden dan uit gebrek aan motivatie of energie)
  • Gaat tot het uiterste om verzorging en steun van anderen te krijgen, kan zelfs aanbieden vrijwillig dingen te doen die onplezierige zijn
  • Voelt zich ongemakkelijk of hulpeloos wanneer hij/zij alleen is, vanwege de overmatige vrees niet in staat te zijn voor zichzelf te zorgen.
  • Zoekt hardnekkig naar een andere relatie als een bron van verzorging en steun als een intieme relatie tot een einde komt.
  • Is op een onrealistische wijze gepreoccupeerd met de vrees aan zichzelf te worden overgelaten  

De diagnosticus dient alert te zijn op de mogelijkheid dat de geconstateerde afhankelijkheid het gevolg is van een conditie die de persoon daadwerkelijk afhankelijk maakt zoals een ernstige somatische aandoening of een depressieve stoornis.
In het eerste geval behoort men de pathologie de diagnosticeren als een persoonlijkheidsverandering door (de somatische aandoening) op AS-I, terwijl in het tweede geval geen DSM-IV diagnose voorhanden is.

Casus:
De onzekere 46 jarige mw. Klein moet zich menige onprettige bejegening door haar echtgenoot laten welgevallen, maar durft niet bij hem weg te gaan.
Als haar man plotseling overlijdt, wordt zij afhankelijk van haar dochter, die haar financieel exploiteert. Zij staat erop om bijna dagelijks door haar begeleidende SPV’er gezien te worden nadat haar – met vele antisociale trekken behepte – schoonzoon haar eruit gegooid heeft en zij huisgenoot is geworden van een lieve, maar vanwege drugsproblemen veelal afwezige zoon.
Er is twee jaar geharrewar met de sociaal-psychiatrische dienst. De ene helft van het team vind dat zij zichzelf nu maar eens moet leren redden, de andere dat zij steun nodig heeft, vooral bij de rouwverwerking.
Daarop wordt zij in een herstellingsoord opgenomen. Hier ontmoet zij een zwierige alcoholist, met wie zij binnen zes weken trouwt. Na deze gebeurtenis, waarvan zij haar hulpverlener op de hoogte brengt met een vrolijke kaart, doet zij geen beroep meer op de hulpverlening.

 

Bronnen:

Handboek psychopathologie, deel 1 basisbegrippen
2000, Bohn Stafleu en van Loghum

Hulpgids.nl




Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
Uitgebracht: 5-08-2009, 01:29 | Categorieën : Heden Ziektebeelden | Netperk




Disclaimer - Privacy © 2008-2012 oKeurig Internet Services